Tagarchief: Sunstein Cass

Infosessie over beleid maken met kennis van gedrag(spsychologie)

Op dinsdag 16 december 2014 in de namiddag organiseerden de SERV en de departementen DAR (team Communicatiebeleid & Stafdienst Vlaamse Regering), BZ (Wetsmatiging) & LNE (afdeling Milieu-, Natuur- en Energiebeleid, dienst Beleidsvoorbereiding en -evaluatie) een infosessie voor Vlaamse ambtenaren over hoe inzichten uit de gedragpsychologie en noties als keuze-optimalisatie kunnen worden toegepast om succesvol beleid te maken.

  • Dat rijmt met de Beleidsnota 2014-2019 Algemeen Regeringsbeleid, strategische doelstelling SD 5, operationele doelstellingen ofte OD’s 1 & 2: “Inzicht in drempels en hefbomen om de effectiviteit van het beleid en de communicatie van de Vlaamse overheid te versterken.”
  • Ook in de beleidsnota Omgeving (2014-2019 / pdf van 16 MB) komen ambities ter sprake als “verdieping van kennis over gedrag” en “leren uit principes van de gedragseconomie”.

Tijdens de sessie (in het Ferrarisgebouw in de Brusselse Noordwijk) was er ruimte voor vragen, samen nadenken & dialoog. Onderaan deze blogpost vindt u de presentaties als bijlage (pdf van 2,3 MB), een ter plekke geschreven verslag van Marijke Vrijders met een paar aanvullingen door Patrick Vandenberghe, beiden van het team Communicatiebeleid, en ook een hele reeks relevante links, bv. naar de Nederlandse kabinetsnota van 2014-12-04.

We hadden twee experten van de Nederlandse Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid (WRR) aan boord, een Vlaamse experte in keuze-optimalisatie en een Vlaming die erg vertrouwd is met hoe het Britse Behavioural Insights Team (BIT) opereert:

Lees verder

Getagged , , , , , , , , , , , , , , , , , , ,

Aanvulling op Fran Bambusts gastblog over Nudge

Detail uit de omslag van de Engelstalige editie van Nudge van Sunstein & Thaler bij Yale UP.

Een aanvulling wat betreft Nudge en de intro van Fran Bambusts geweldige gasblogpost van zopas, gezien ik erin word geciteerd. Ik pleit(te hier), voor alle duidelijkheid, niet voor massale en ongenuanceerde nudging maar wel om als overheid goed na te denken over je doel & middelen eens je hebt vastgesteld dat de information overload een feit is, ja Babelse proporties aannemen kan, waar die objectieve overheidsinformatie van ons niet meer door geraakt als die louter cognitief georiënteerd is. En waar niet-volgehouden prikkels, hoe creatief ook, inderdaad niet meer volstaan om mensen grondig te informeren laat staan sensibliseren of om hun automatisch gedrag (term opgepikt bij Bert Pol) te doorbreken. Alsof de aandacht overal voor het grijpen ligt.

Daarin volg ik Fran Bambust hier volkomen. Volgens mij kunnen “nudge units” & keuze-architecturale methodes zeer nuttig zijn als richtsnoer voor slimme communicatie-acties zonder ballast, zij het wel in combinatie met interactieve beleidsplanning, doorgedreven focus op user stories en UX, waar GOV.UK ook op inzet, en “in the moment” real time marketing. Een grondige kennis van gedragsbeïnvloeding is alleszins zelden aanwezig in campagnebeslissingen, heeft de ervaring me geleerd.

Anderzijds is er het debat: mag het verder gaan dan voorlichten want ben je dan de Vrije Keuze van Burgers niet aan het manipuleren? Ik denk dat er altijd een tussengrond is met ruimte voor nudging, want waar gingen de Bob-campagnes of de rookstop in horecazaken anders over? Legitiem gezondheids- en verkeersveiligheidsbeleid binnen de parlementaire democratie, toch?  Ter illustratie enkele boeiende artikels:

  • Thijs Kleinpaste schreef met Uw keuze is de uwe niet  in De Standaard van 2013-07-27 een boeiende kritiek op de mogelijke excessen van Cameronnudging plannen in het VK. Daarin valt de term “technocratisch sciëntisme: voor alle problemen met en tussen mensen bestaat een oplossing die de psychologie kan aanreiken”.
  • Casper Thomas plaatste ook pittige caveats in Dom door schaarste (De Groene Amsterdammer, 2013-10-18), waarin hij Scarcity: why having too little means so much van Harvard bollebozen Sendhil Mullainathan en Eldar Shafir (MacMillan Times 2013-09, ISBN 9780805092646) besprak: “Nudge en Scarcity zijn twee boeken met een zelfde boodschap: we denken vaak dat de keuzes van mensen worden bepaald door rationele afwegingen. […] De praktijk is vele malen ingewikkelder. Wie moet kiezen in gebrekkige omstandigheden snijdt zichzelf eerder in de vingers, zo laat Scarcity zien.” Bijzonder relevant in doelgroepencommunicatie, uiteraard.
  • Overigens schreef ook Cass Sunstein een stuk over Scarcity getiteld It captures your mind (The New York Review of Books 2013-09-26). Ook Rutger Bregman schreef er met Waarom arme mensen domme dingen doen een boeiende bespreking van in De Correspondent (2013), net zoals de hierboven geciteerde Oliver Burkeman in the Guardian (2013-08-23). Het boek is ondertussen vertaald als Schaarste – hoe gebrek aan tijd en geld ons gedrag bepalen (Maven 2013-12, ISBN 9789490574994).
  • Behalve schaarste kan ook beslismoeheid een rol spelen, meer daarover hier.
  • Diezelfde Casper Thomas schreef met Amerika’s nieuwe tsaar een fascinerend profiel van Cass Sunstein in De Groene Amsterdammer van 2009-05-27 waarin de termen “libertair paternalisme” en “juridisch minimalisme” vallen. Een prikkelend citaat: “Behalve de grondwet spelen ook de gedragswetenschappen een belangrijke rol in Sunsteins werk. Zie bijvoorbeeld het opvallende boek Republic 2.0 waarin hij de gevaren voor de democratie in het digitale tijdperk uiteenzet. Zijn these is: internet biedt ons een oneindige bron van informatie. De individuele controle over informatiestromen biedt de mogelijkheid meningen en feiten die ons niet aanstaan eruit te filteren. Dat leidt tot sterkere polarisatie in het politieke debat en terugtrekking in het eigen kamp. Ook bij dit probleem kan een nudge volgens Sunstein helpen. Hij stelt voor computers uit te rusten met software die berichten met ruw en onbeleefd taalgebruik pas na 24 uur verstuurt, als de auteur hier opnieuw toestemming voor geeft. Zo kan worden voorkomen dat heethoofden in een impuls allerlei radicale meningen het net op slingeren. Het voorstel kwam hem op felle kritiek van zowel progressieven als conservatieven te staan: leiden dit soort plannen niet tot een beperking van de vrijheid van meningsuiting?”

Ten tweede nog een aanvulling in verband met die Nederlandse studie. Toen ik het eindrapport Gedragsverandering via campagnes (het literatuuronderzoek dateert al van 2011-05-18, projectnaam “Vergroten effectiviteit campagnes”) begin maart 2012 onder ogen kreeg, was mijn bedenking: “OK maar dit rapport blijft campagnes als vertrekpunt nemen. Dan staan we met “ons” 7E-model toch verder, ook al gaat Nederland vaak op andere vlakken voorop”. Ik plak hier even de samenvatting in:

Lees verder

Getagged , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , ,

GastPost: Fran Bambust pleit voor een Vlaamse Nudge Unit

Afbeelding om aan te duiden dat een blogpost van een gastblogger is.

Dia 36 over nudging uit de presentatie van Fran Bambust op Cibe City, 2013-11-08.

Mag ik een Team Keuze-architectuur? door Fran Bambust, imagineer & campaign & information architect bij Cibe Communication (Gent)

Ik ga graag in op de idee die Patrick Vandenberghe in zijn uitgebreide Onvolledige overzichten van trends en uitdagingen” naar voor schoof: de opportuniteit om nudging en keuze-architectuur in het nieuwe beleidsplan in te schrijven. Ik sta al lang niet meer alleen met het inzicht dat busstickers en affiches niet volstaan om gedrag of attitudes te veranderen. Sinds ik een dikke vier jaar geleden het 7E-model lanceerde, is al meermaals betoogd dat we ons op de mens in zijn geheel moeten richten als we verandering ambiëren, en niet alleen op kennis en inzicht.

Meer nog, informeren en sensibiliseren is niet alleen ontoereikend, maar waarschijnlijk vaak contraproductief. Psychologen hebben het wat dat betreft over het ironisch effect. Zo werkt berichtgeving over positieve psychologie deprimerend (cf. The antidote van Oliver Burkeman), werken campagnes om overgewicht tegen te gaan vaak averechts (cf. The ironic effects of weight stigma van Brenda Major e.a. in het Journal of Experimental Social Psychology vol. 51 p. 74-80), en lokken borstkankerpreventiecampagnes net een struisvogelreactie uit (cf. Motivating women to forget the message: when do breast cancer ads backfire?“, Science News 2013-12-10).

“Om gedrag te veranderen moet je je ook echt op gedrag richten”, klinkt het gelukkig steeds vaker (zie bv. het artikel over korter douchen Gedrag verander je zo! van Elise Latour, of de studie uit 2012 Gedragsverandering via campagnes in opdracht van de Dienst Publiek en Communicatie van het Nederlandse ministerie van Algemene Zaken)!

Communicatiebureaus volstaan niet

Marketingbureaus weten al langer dan vandaag dat je ook emoties en beleving moet betrekken, maar toch zijn ook zij niet het best geplaatst om ons te helpen. De gewone marketingtechnieken, de oeroude 4P’s, de AIDA’s en andere gouden regels van de commerciële sector schieten te kort. Hun technieken zijn er immers vaak op gericht om gewoontes en verlangens – de vraag van de markt, weet je wel – te bestendigen en nog sneller te lenigen, terwijl we vanuit een maatschappelijk bredere vraag net gewoontes willen bijsturen.

Bovendien gaat het niet enkel om ‘meer emotie’. Bij gedragsverandering zijn wel meer hefbomen te hanteren. Zo halen Sunstein & Thaler in Nudge – zowat het basiswerk van keuze-architectuur – er meerdere aan, en ook het 7E-model groepeert een aantal soorten. Echter, de toegankelijkheid van diensten of het opzetten van defaults (Enable), de inhoud van de incentive (Encourage), het taalgebruik van de overheid zelf (Exemplify), de feedback die je krijgt bij het gebruik een dienst of regel (Experience) ligt niet binnen de opdracht of het mandaat van een bureau. En zelfs al zou een communicatiespecialist in de marge wijzen op opportuniteiten of problemen bij die hefbomen, dan komt die vast te laat. Deze factoren liggen doorgaans immers al vast nog voor een communicatieopdracht wordt uitgeschreven!

Een bredere cel

Ik volg dan ook de insteek van Machteld Weyts om multidisciplinaire teams al vanaf de aanvang bij elke campagnevraag te betrekken, in navolging van de Nederlandse Factor C bijvoorbeeld. Maar nog liever zag ik ons verder gaan. We kunnen ons ook laten inspireren door het Britse Behavioural Insights Team of de Amerikaanse Nudge Unit of Nudge Squad die op dit eigenste ogenblik wordt overwogen. Zij hebben het niet alleen over “communicatie vanaf de aanvang” maar over keuze-architectuur. Zij hebben het over het nagaan van alle parameters die de keuze van de doelgroep beïnvloeden, en bepalen wat we er al dan niet kunnen tegenover zetten.

Waarom gooit iemand een papiertje op de straat? Toch niet alleen omdat ze niet weten dat dat niet mag? Wat is er mis met de vuilnisbakken? Zien we ze niet? Zijn er niet genoeg incentives? Of ligt er teveel vuil op straat? Is iets mis met onze trottoirs? Het makkelijkste en goedkoopste antwoord is er vanuit te gaan dat je mensen er moet aan herinneren, en dat een leuk filmpje dus zal volstaan. Of een flashmobMaar het zal niet helpen. Oh, misschien wel gedurende een paar dagen, hooguit een paar weken. En daarna mogen we opnieuw beginnen.

Nee, als we wel degelijk langdurig, bestendigend gedrag willen, moeten we dieper graven. Dan moeten we de vragen aanpakken met een resultaatgericht team dat het warm water niet opnieuw probeert uit te vinden, maar dat problemen aanpakt met een gedegen kennis van de huidige middelen en technologieën, de wetenschappelijke inzichten op het vlak van sociologie, sociale psychologie, gedragspsychologie, cognitiewetenschappen en communicatie. Dan hebben we nood aan een cel of een Team Keuze-architectuur.

Lees verder

Getagged , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , ,

Onvolledig overzicht van mogelijke trends en uitdagingen

Citaat van Herbert Simon uit "Designing organizations for an information-rich world" (1971), p.40-41.

Citaat van Herbert Simon uit “Designing organizations for an information-rich world” (1971), p.40-41.

Hieronder, bij wijze van eerste prikkeling, een onvolledig – onvermijdelijk – overzicht van trends, uitdagingen en probleemstellingen die we al in beeld zagen komen. De verbanden die soms worden gelegd, kunnen een volgende keer ook anders worden gelegd. Maar het gaat hem in de prikkelfase niet om de perfecte indeling of het elegantste venndiagram, maar wel om het op temperatuur krijgen van de visievorming. Daarom ook komen we er in volgende blogposts  op terug, en rekenen we op reacties via deze blog of in de workshops of forum(s).

Wat voorafging: in de beleidsnota 2009-2014 hebben we gewerkt met principes als geïntegreerde informatie (o.a. productencatalogus), een open overheid (o.a. open data via de Vlaamse infolijn), directe interactie (o.a. sociale media), proactieve en alerte communicatie (anticiperen op vragen, informatie op maat), lage drempel, duurzaam, interne en externe samenwerking, kwaliteitsverbetering door meten en evalueren (cf. de indicatoren die we nu hebben), communicatie bij het begin van het beleidsproces, …  De meest uitgewerkte paragraaf is die over wat we toen nog reputatiemanagement noemden – ondertussen geëvolueerd naar een heus merkbeleid.

In het normendecreet van 2005 staan principes over tijdigheid, herkenbaarheid, neutraliteit, actieve bekendmaking, de te gebruiken taal en ook noties als beslist beleid

Naar beide clusters principes kijken, roept al vragen op. Bijvoorbeeld: hoe goed hebben we die principes toegepast de voorbije jaren en wat stond ons daar eventueel bij in de weg? Hoe evalueren we die principes en welke vinden we eventueel voer voor discussie? Hoe gaan we om met die principes in het licht van andere ontwikkelingen die we tussen nu en 2020 op ons af zien komen?

Hieronder een hele reeks nieuwe uitdagingen en trends  (klik op Lees verder“).

Lees verder

Getagged , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , ,
%d bloggers liken dit: