Discussie 1: overheidscampagnes als slaappillen?

In welk bedje zijn onze overheidscampagnes ziek? Om te beginnen zijn er te veel (wat wil je, met zoveel beleidsniveaus en ministers?), waardoor de mediadruk per campagne verpietert tot onder een niveau dat een minimale zichtbaarheid waarborgt. Jammer genoeg worden de beperkte investeringen ook niet gecompenseerd door creatieve impact. Ik vraag me soms af bij welke reclamebureaus onze overheden hun slaapverwekkende campagnes blijven vinden? En dat in een land met een creatieve gemeenschap die op alle internationale podia belangrijke onderscheidingen krijgt. Ten slotte is er het povere conversatiegehalte van de betrokken campagnes. Van enige interactie met de betrokken doelgroepen, bijvoorbeeld via de sociale media, is geen sprake.

Waar de federale overheid niet thuis geeft als het aankomt op de evaluatie van eigen campagnes, gaat de Vlaamse regering daar wel op in, ergens diep verborgen in haar jaarverslag 2012. De kritiek is striemend: de externe campagnes krijgen een schamele 5 op 10 van de eigen beleidsmedewerkers en communicatiespecialisten. Onduidelijke strategie, flinterdunne creatie en onbestaande opvolging van de resultaten, klinkt het vernietigende eindoordeel.

Natuurlijk zijn er ook oplossingen, maar daarvoor is visie en daadkracht nodig. En die gedragen moet worden door regeringsleiders en topambtenaren. Zolang communicatie met de burger voor hen een futiele bijzaak is, zal er maar weinig veranderen. Ik permitteer mij om met mijn bescheiden ervaring enkele aanbevelingen te formuleren. […]

U kunt Marcs vier aanbevelingen daar lezen …  Ze liggen alleszins in lijn met waar we binnen de Vlaamse overheidscommunicatie naar toe willen. Vandaar ook ons kwaliteitsverbeteringsproject. Ons artikel over de nulmeting van de kwaliteit van het communicatiebeleid in het Communicatiejaarverslag 2012 van de Vlaamse Regering vindt u als volgt: Start > Algemeen communicatiebeleid > Nulmeting van de kwaliteit van het communicatiebeleid.

Wat is uw mening over meer streven naar communicatiestrategieën “per groot maatschappelijk thema”? Werken we wel genoeg met raamcontracten? Wat denkt u als u de kritiek leest over een “verpieterde mediadruk” die leidt tot “onvoldoende zichtbare campagnes” met een gebrekkige “creatieve impact” en “te pover conversatiegehalte”? Wat denkt u over uitdagingen als het verbeteren van de strategie van overheidscampagnes of het beter opvolgen van campagneresultaten?

Graag uw reacties hieronder …

Getagged , , , , , , , , , , , , , , ,

11 thoughts on “Discussie 1: overheidscampagnes als slaappillen?

  1. Terechte discussie. Een communicatiestrategie per maatschappelijk thema, dat vind ik zelf de beste aanbeveling. Over de creativiteit van campagnes maak ik me persoonlijk minder zorgen dan over de effectiviteit. Als het ene het andere dient, des te beter, maar dat blijkt niet automatisch zo te zijn, leerde ik van Bert Pol en Christine Swankhuizen.

    Eén nuance bij uw citaat uit het communicatiejaarverslag van de Vlaamse Regering: ik vermoed dat u verwijst naar de interne kwaliteitsmeting van het communicatiebeleid die we jaarlijks doen met communicatiespecialisten en beleidsmedewerkers. Waarin we inderdaad best streng zijn voor onszelf. Maar die resultaten slaan op dimensies (duidelijkheid, omgevingsgerichtheid, consistentie, responsiviteit, effectiviteit) in verschillende domeinen (corporate communicatie, beleidsspecifieke, interne,…). Campagnes zijn in de discussie meegenomen, maar niet apart beoordeeld. De vijf op tien voor externe campagnes kan ik dus niet thuisbrengen, noch het oordeel ‘onduidelijke strategie, flinterdunne creatie en onbestaande opvolging van de resultaten’?

  2. Begrijpelijke kritiek. Ik treed zeker dat “per maatschappelijk thema” bij. We communiceren teveel het nieuwe detail en te weinig het bestaande geheel waarin de recentste maatregelen passen. Het real time campaigning model beschreven in “In The Moment” biedt daar een perspectief, m.i.. Eerst de strategie treed ik ook bij vanuit m’n “eerst het doel en dan de middelen” mantra.

    Minder interessant vind ik dat de discussie blijft gaan over campagnes terwijl je je kunt afvragen of je niet meer bereikt met een doorgedreven sociale marketing aanpak, een genuanceerde “nudge” methodiek ook. Meer daarover op http://www.communicerenmetarmen.be (ook relevant voor alle mogelijke doelgroepen) en de artikels & reacties op deze blog over 7E en nudging via https://toecomst.com/tag/nudging/

    Er is sowieso zoveel cognitieve overload (en scepsis) dat zelfs de beste mediadruk het niet zal oplossen, dus eerst de strategie grondiger concipiëren volgens bv. een 7E analyse, en daarna gerichter communiceren & converseren, met de meest optimale mediadruk en zichtbaarheid voor de campagnes die dat doel dienen. Zo kijk ik ertegenaan.

  3. Fran Bambust zegt:

    Ik ben het niet met Marc eens, maar volg eerder Marijke en Patrick: laten we ons richten op ons doel. Soms kan de aandacht voor een thema het subdoel zijn, maar nooit – zo hoop ik toch – het hoofddoel.

    Waarom zou communicatie per se ‘gedurfd’ moeten zijn of ‘tot de verbeelding’ moeten spreken? Dat kan heel zinvol zijn, daar niet van, maar laat het alsjeblieft niet het criterium worden. De commerciële communicatiesector heeft er een handje van weg haar succes af te meten aan het aantal likes, views en hits. Ik hoop zo erg dat we ons daar in de social marketing niet toe laten verleiden, al begrijp ik dat de verleiding soms groot is. Zeker als daar nog Effi-prijzen en Cannes-awards tegenaan worden gegooid.

    Vorig jaar woonde ik een briefing bij voor een campagne van de Vlaamse overheid – sta me toe niet te zeggen wie het was – over een relevant maatschappelijk thema. Ik vroeg na de uiteenzetting wanneer ze de campagne geslaagd zouden noemen want het doel bleef nogal vaag. Het antwoord luidde: ‘als we de nationale kranten halen’. Hier past een minuut stilte.

    Niet alleen overheidscampagnes, maar elke ‘social marketing’-campagne moet zich afvragen hoe het haar vooruitgang zal meten. Daar ben ik het mee eens. Bescheidenheid is hier best op zijn plaats. Met 100.000 euro zal je de Belgische bevolking niet opeens dolenthousiast maken over een pensioenverschuiving richting 75 jaar.

    Maar tegelijk moet er wel ambitie zijn. De ambitie om iets te veranderen. De ambitie moet niet liggen op het scoren onderweg, niet op het halen van een irrelevante tussensprint. De ambitie moet liggen in die grote gedrags- of attitudeverandering zelf. Dat betekent heel vaak dat je net je energie en je middelen moet sparen voor een inzet van lange adem. Een gedragsveranderingscampagne is een Ronde van Frankrijk, en die win je door op vele vlakken aanwezig te zijn, door steeds voorin te zitten, door af en toe uit te halen, maar vooral door geen steken te laten vallen en je net niet te verliezen in showtjes onderweg.

    Om ervoor te zorgen dat verpleegsters niet missen tussen verschillende soorten medicijnen, heb je geen nood aan interactieve, mobiele filmpjes met Miley Cyrus in de hoofdrol; wellicht volstaat het om opvallend andere flesjes te nemen. 5% aandacht, 95% effect.

    Ik pleit – dat bleek al uit mijn blog en mijn vorige reacties – voor een ruimere kijk. Laten we ophouden met het gelijkstellen van het succes van campagnes aan het aantal pagina’s aandacht in kranten of het aantal hits op youtube. Dat zijn middelen. Je meet het succes van je afslank-voornemen van 2014 hopelijk ook niet af aan het aantal likes voor dat voornemen op Facebook?

    Begrijp me niet verkeerd: het bekendmaken van je voornemen op een social medium kan zeker steunend werken, maar je zult vast meer nodig hebben. Het vlees zal regelmatig zwakker zijn dan die digitale sociale druk, en ook dan moet het voornemen gesteund kunnen worden. Dan moeten er andere hefbomen worden in gezet. Wellicht zal externe motivatie helpen als snelle reminder, een snelle suiker zeg maar. Je zult moeten genieten van het diëten, van het bijsporten. Het zal handig en dichtbij moeten zijn. Het zal in de lijn moeten liggen van je andere opdrachten en taken, en je zult het vooral van binnenuit moeten geloven.

    En dat… nee, dat krijg je niet voor mekaar met een blitse affiche en een knappe slogan. Er is meer en soms zelfs iets helemaal anders nodig dan een creatieve prijswinner. Ja, er is vaak zelfs meer nodig dan een nudge. Er is een brede waaier aan hefbomen nodig. Er is nood aan een diepere, gedragswetenschappelijk onderbouwde houding en een team dat het draagt en invult.

  4. Pieter Goiris in Pub: “wat we de afgelopen jaren gezien hebben rond het besef dat conversaties voeren belangrijk is […] Het real time marketingverhaal wil daarop verder bouwen […] in die zin dat het meer geïntegreerd is binnen de totaliteit van wat een merk doet en communiceert. Het merk moet zowel in zijn gedrag als in zijn communicatie veel meer ‘in the moment’ aanwezig zijn in plaats van een stuk communicatie uit te voeren dat nog in een campagnelogica zit en bovendien een stuk conversation management hanteert dat vaak in een setting zit van PR, corporate communicatie, resonsability, enz.” Langere quote + méér prikkelende quotes + bronvermelding via http://communicatie.vlaanderen.be/nlapps/docs/default.asp?id=1094 = http://goo.gl/OS708l

    Want wat wil “campagne” nog zeggen? “Als je een volledige krant in 24 uur kunt maken, zou het geen 9 maanden mogen duren om een tv-commercial van 30 seconden te maken.” […] De tijd die besteed wordt aan het briefen, creëren, discussiëren, produceren en editen van 30 seconden content is absurd in een tijd waarin content slechts even waardevol is als het publiek dat hij kan bereiken, de aandacht die hij trekt of de band die hij tot stand kan brengen.” (Tom Himpe, blz. 10-11 van “In the moment”). “In de toekomst zullen we misschien de helft van het werk nog moeten doen als de campagne al gestart is.” (Colin Mitchell, O&M New York, blz. 7 van “In the moment”).

  5. Met het algemene idee achter de oproep van Marc Fauconnier – overheid investeer in overheidscommunicatie ter ondersteuning van beleidsmaatregelen – ga ik volmondig akkoord. Dat die investeringen naar reclamebureaus zouden moeten gaan via raamcontracten, daar ben ik allesbehalve van overtuigd. Net zoals Fran Bambust huiver ik wanneer overheidscampagnes al te zeer opgeleukt worden met reclametrucjes. Onderzoek leert immers dat overheidsboodschappen niet beter begrepen en opgevolgd worden wanneer ze in een creatief kleedje gestoken worden.

    In zijn artikel ‘Hoe creatiever, hoe beter?’ (zie p. 26 e.v. van Communicatie #8, oktober 2013 op http://www.logeion.nl/l/library/download/urn:uuid:320726ed-442b-4f0b-8aa0-ae68551ce30a/logeion+c%238+2013+-+def.pdf) geeft Bert Pol aan dat de creatieve verpakking (bv. een humoristisch of juist emotioneel aangrijpend verhaal) het gewenste gedrag juist belemmert omdat burgers meer bezig zijn met het ontcijferen van de verpakking waardoor er minder cognitieve capaciteit overblijft om de boodschap te vatten. Samengevat komt het experiment hierop neer: om meeuwenoverlast in te dijken, testte een kustgemeente twee affiches uit met de boodschap om afval in de afvalbak te deponeren. De ene affiche kreeg een eerder feitelijk beeld mee, zijnde een hand die aan klokhuis in de afvalbak gooit. De andere, creatieve versie toonde een meeuw. (Beide affiches zijn opgenomen in het artikel.)

    De testresultaten zijn opmerkelijk en staan haaks op de vierde aanbeveling van Marc Fauconnier waarin hij de overheid oproept om creatieve bureaus uit te dagen de platgetreden paden te verlaten met gedurfde en tot de verbeelding sprekende campagnes. Met de affiche met de meeuw erop vertoonde 52 procent het gewenste gedrag. Bij de affiche met de hand en de vuilbak deed 84 procent zijn afval in de afvalbak. Maar nog opmerkelijker: zonder affiche, doet 62 procent zijn afval in de afvalbak. Met andere woorden, zonder affiche scoort beter dan met een creatieve affiche. Het experiment doet Bert Pol besluiten dat het – hoewel gebruikelijk – niet zo’n erg goed idee is om overheidsboodschappen in creatieve verpakkingen te steken. Reclameboodschappen van overheden kunnen dan wel leuk zijn, als instrument om beleid te realiseren waarbij gedragsverandering voor nodig is, scoren ze maar matig.

    Waarin de overheid voor mij dan wel meer geld mag investeren als het over overheidscampagnes gaat? Dat is in vooronderzoek voorafgaand aan de interventie-ontwikkeling. Want net in dat vooronderzoek zit voor mij de échte investering.

    Op die moment brengen overheden veel te weinig in kaart wat maakt dat burgers gewenste gedrag al dan niet stellen en welke interventies hefbomen voor gedragsverandering kunnen zijn. Het gevolg hiervan kan ik het makkelijkst illustreren met een recente ervaring. In een gesprek over een recente overheidscampagne vertelde de betrokken ambtenaar dat het campagnebudget 200.000 euro bedroeg en dat 100.000 euro daarvan aan een radiospot besteed was – omdat de minister dat graag wilde. Toen ik later in het gesprek vroeg wat maakte dat de doelgroep het gewenste gedrag dat in de campagne naar voren geschoven werd niet stelde, moest de ambtenaar mij het antwoord schuldig blijven. Dat was niet onderzocht. Zelf kon ik zo drie, vier verschillende drempels opsommen die mogelijks een rol spelen bij het niet stellen van het gewenste gedrag. Wat leert deze anekdote ons? Dat de overheid 200.000 euro ingezet heeft voor een mooie campagne, een leuke reclamespot en een handige app, zonder te weten welk concurrerend gedrag het wil counteren en welke triggers en barriers de doelgroep ervaart om dit gedrag al dan niet te stellen. Zouden commerciële bedrijven ook zo met de natte vinger te werk gaan bij de besteding van hun reclamebudget? Ik denk het niet.

    Spijtig genoeg is dit voorbeeld geen alleenstaand geval. Zonder gedegen vooronderzoek zijn dergelijke leuke reclamecampagnes géén investeringen’ in de relatie overheid – burger, zoals Marc Fauconnier aangeeft. Vanuit het oogpunt van gedragsverandering zijn dergelijke campagnes gewoon ‘weggesmeten geld’ is. (En wetende hoeveel Vlaams en federale overheidscampagnes uitgewerkt worden, gaat het mogelijks om véél weggesmeten geld.)

    Let op, deze reactie is géén pleidooi om het budget voor overheidscampagnes te verschuiven van reclamebureaus naar marktonderzoeksbureaus. De pilootprojecten in het kader van het KBS-project rond communicatie met mensen in armoede tonen aan dat een degelijk vooronderzoek uitgevoerd door eigen medewerkers een goede beleidsinvestering is. (zie o.a. de campagne Verplichte kleuterparticipatie dat het Agentschap Onderwijscommunicatie uitwerkte op http://www.communicerenmetarmen.be/in-vogelvlucht/verplichte-kleuterparticipatie) Ook bij de recente preventiecampagne Graag zien is laten kijken hebben de beleids- en communicatiemedewerkers van de provincie Limburg en de Limburgse Logo’s zelf een vooronderzoek uitgevoerd over welk specifiek gedrag naar voren geschoven moest worden Turkse vrouwen te bewegen zich preventief te laten screenen op borst- en baarmoederhalskanker te bereiken. Dit vooronderzoek leidde tot een betere mix van interventies. De pluim die Professor em Yvo Nuyens, gezondheidssocioloog en voormalig programmadirecteur van de Wereldgezondheidsorganisatie’ aan het provinciebestuur van Limburg en haar medewerkers geeft, spreekt boekdelen “Mijn reactie en evaluatie van het project ‘Graag zien is laten kijken’, zowel inzake het proces als wat betreft de uitkomsten, zijn bijzonder positief. … Het is mijns inziens één van de weinige overtuigende en geslaagde initiatieven om kwetsbare groepen, in dit geval Turkse vrouwen, te motiveren in te gaan op deze noodzakelijke preventieve activiteit.”

    Kortom, overheden investeer in je eigen medewerkers zodat ze keuze-architecten worden van je beleid en je krijgt betere overheidscommunicatie.

    PS: Wie wilt weten hoe je op een eenvoudige manier basisvooronderzoek kan uitvoeren rond gedragsinterventies, kan een kijkje nemen op http://www.communicerenmetarmen.be/2-analyse/change-designers-werkkader.

  6. Fran Bambust zegt:

    Een mooi voorbeeldje van hoe je mooie resultaten kunt halen zonder ook maar één spotje vind je bij de Gay-Straight Alliances. De problemen in kwestie zijn de hoge zelfmoordcijfers bij jongeren, en de donkere wolken van homofobie.

    De oplossingen die hiervoor tegenwoordig worden gesuggereerd, zowel bij de overheid als bij de holebi- en transgenderorganisaties, hebben het over sensibiliseringscampagnes. Nochtans kan het eenvoudiger: zet allianties op tussen holebi- en heterojongeren. Toon hen dat niet hetero de vijand van de holebi en niet de holebi de vijand van de hetero is, maar dat net tweespalt een voedingsbodem vormt voor bullies. In Nederland werkt het al jaren, en in Canada bleek net na een jarenlang onderzoek dat deze allianties niet alleen tolerantie in de hand werken, maar ook de zelfmoordcijfers bij beide groepen dalen.

    http://www.eurekalert.org/pub_releases/2014-01/uobc-gai012014.php

    Gedrags- en attitudeveranderingsinitiatieven steunen beter op sociaal-wetenschappelijke inzichten, dan op off the shelf communicatie-oplossingen.

  7. Koen Denolf zegt:

    Of de campagne creatief moet ingevuld worden of meer nog, of het überhaupt een campagne moet zijn is compleet irrelevant in dit betoog. Belangrijk is dat het idee of onderwerp start vanuit de leefwereld van de mensen naar wie het gericht is, dat het inspeelt op een reële behoefte en dan wordt communicatie eigenlijk zeer makkelijk, want dan willen mensen er automatisch wel naar luisteren. M.a.w communicatie = beleid = communicatie.

    Ik wil liever nog een lans breken over de tergende selectieprocedures. Als de VO een ander soort communicatiebeleid wil voeren, dan moet het ook afstappen van het ad hoc campagnedenken. Dat impliceert een ander soort bureaus en zeker andere selectiecriteria.

    Selectie niet meer op basis van een campagne of een creatief idee, maar wel omwille van een visie en LT-strategie.
    Nu gebeurt het nog te veel dat er gekozen wordt op basis van ‘prentjes’, iets wat zeer subjectief is, maar ook zeer tijdrovend voor de bureaus, waar dan een opbod heerst van meer en nog mooier prentjes. We doen er nu ook aan mee, omdat anderen het ook doen en als je het niet doet of half doet, je er uitvliegt. Gevolg is dat wij (en nog veel andere kwalitatieve bureaus) afhaken.

    Geen engagement voor één campagne, maar wel voor een LT (strategisch) traject (waar dan wel campagnes in kunnen zitten).

    Media-onafhankelijke briefings.

    Expertengroep bij het beoordelen van dossiers.

    De mogelijkheid om vragen te stellen, zonder dat die daarbij gedeeld worden met alle andere bureaus.

    Openlijk communiceren van budgetten.

    Administratieve vereenvoudiging.
    Het is tergend de dossiers die steeds moeten geschreven worden, waarbij bij velen nog steeds het volume primeert op wat er precies staat.
    Wat is het nut van vragen als ‘hoe kunnen jullie de kwaliteit van het werk garanderen?’ Daar kan je toch maar alleen een reeks platitudes voor als antwoord krijgen? De merites van de bureaus en hun (tevreden) klanten, dat is de beste garantie voor kwaliteit, alle andere beloftes komen uit de hand van een vinnige copywriter.
    Het aanvragen en toevoegen van allerlei formulieren, opnieuw en opnieuw, waarvan we de meeste ook bij de overheid zelf moeten aanvragen en enig begrip bij de juridische mensen die deze papiermolen verwerken; ontbreekt er iets, vraag het dan gewoon op, dit is toch niet de essentie?

    Ik kan nog wel even doorgaan en misschien hebben andere bureaus gelijkaardige en misschien nog andere commentaren. Het zou mooi zijn als daar ook iets wordt aan gedaan.

  8. Kan veel van uw punten volgen Koen. Gaat ook over cultuur van wantrouwen vs vertrouwen, à la limite.

    Hugo Morael had het me destijds al gezegd: au fond moet je kiezen op strategie, plan van aanpak van het voorgelegde probleem, dat je vooraf dus goed moet uitspitten. Vandaar ook de discussie hierboven. Al het andere, met name het talent van & in de firma’s die je overweegt in te huren, kun je al waarnemen in een marktverkenning, waar je als overheid regels moet volgen maar best veel kunt. Reden ook waarom Duval Guillaume destijds nooit meedeed aan competities waarin creatie werd gevraagd. Zeker bij competities in één fase moet de aanbesteder zelf goed weten waarom hij precies dàt viertal firma’s in competitie wilt stellen. Gevolg : Pub lezen, blogs volgen, en zo voort. Vinger aan de pols van het vak.

    Bij aanbestedingen in twee fases ligt de klemtoon traditioneel nog op de bestekfase maar eigenlijk is het al in de oproepfase dat er al goed moet worden nagedacht over criteria & deliverables. Zodat het er in de tweede fase enkel nog op aankomt naar het essentiële verschil te zoeken tussen een klein aantal firma’s, op strategie, aanpak, prijs. Maar in die fase zou het talent van elk van de overgebleven firma’s al buiten kijf moeten staan.

    Met de pipet op zoek gaan naar het essentiële en al de rest lean & mean houden. Mijn ervaring is dat de specialisten in overheidsopdrachten dat goed kunnen volgen en op basis van hun ervaring goede antwoorden kunnen formuleren als de opsteller van oproep & bestek de juiste vragen leert stellen i.v.m. hoe kom ik tot de essentie in mijn proces.

    Onze afdeling is al jarenlang voorstander van raamcontracten omwille van de efficiëntiewinsten. We hebben ook het ACC-charter al meermaals onder de aandacht gebracht de voorbije jaren, zie recent nog : http://communicatie.vlaanderen.be/nlapps/docs/default.asp?id=1038

  9. Nieuws van 2014-02-07: “De Vlaamse Regering wil een virtuele opdrachtencentrale oprichten om ervoor te zorgen dat entiteiten en lokale besturen vlotter en voordeliger raamcontracten kunnen sluiten. Via die virtuele opdrachtencentrale kan ook expertise uitgewisseld worden over hoe je als entiteit het best optreedt als opdrachtencentrale.

    Dat staat in de conceptnota Een visie voor het gebruik van de figuur van de raamovereenkomst en de figuur van de opdrachtencentrale binnen de Vlaamse overheid die de Vlaamse Regering goedkeurde op 7 februari 2014. […]

    De ‘virtuele opdrachtencentrale’ is geen aparte entiteit, maar een platform voor samenwerking en overleg op het gebied van raamovereenkomsten waarvan alle entiteiten van de Vlaamse overheid en de lokale besturen uit het Vlaams Gewest vrijblijvend lid kunnen worden. Via dat platform kunnen de leden overleggen en samenwerken rond specifieke behoeften en kunnen ze expertise uitwisselen. Bedoeling is om te komen tot optimale marktvoorwaarden bij de aanbesteding van specifieke raamovereenkomsten. […]

    Bij de start zal het Uitgebreid Bureau van het Vlaams Samenwerkingsforum Overheidsopdrachten de leiding nemen om de virtuele opdrachtencentrale op te richten. In dat Vlaams Samenwerkingsforum Overheidsopdrachten zijn immers alle beleidsdomeinen van de Vlaamse overheid vertegenwoordigd, wat toelichting over en uitnodiging tot deelname aan de virtuele opdrachtencentrale vereenvoudigt.” Een concrete startdatum is er nog niet, maar er wordt dus aan gewerkt.

Bedenkingen? Aanvullingen? Correcties? Lof? Reageer!

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers op de volgende wijze: