We zijn zo slecht nog niet. Over kiezen voor een positief mensbeeld

Detail van de omslag van het "Deel je rijk" rapport van de Nederlandse Rijksoverheid (2013-06-27).

We zijn zo slecht nog niet – over kiezen voor een positief mensbeeld door Marijke Vrijders, afdeling Communicatie (Vlaamse overheid)

In de boeken die ik de laatste weken las voor dit project, vond ik een hoofdstukje dat me spontaan een beetje rechter deed zitten: een pleidooi om onze communicatiestijl te baseren op een positief mensbeeld.

Het boek in kwestie is Congruente overheidscommunicatie – aansluiten bij communicatiebehoeften van burgers van Hans Siepel, Frank Regtvoort, Gerald Morssinkhof & Floor de Ruiter (Bussum : Coutinho 2012, ISBN 9789046902943). De auteurs schetsen de veranderingen in de samenleving en stellen dat die zo groot zijn dat we naar een nieuw paradigma moeten in de overheidscommunicatie. Ze maken dat – na de lange schets – uiteindelijk concreet door aan te knopen bij de acht waardensystemen van Clare W. Graves en komen in het laatste hoofdstuk zelfs tot een nieuw standaardwerkproces voor overheidscommunicatie. Tussendoor doen ze de lezer (mij althans) even slikken door te tonen dat onze overheidscommunicatie nog veel meer dan we zelf denken uitgaat van een interne oriëntatie (het eigen belang). Het woord ‘loslaten’ valt.

Ik durf nog niet goed beoordelen wat het boek waard is, het moet nog wat bezinken en naast andere worden gezet. Maar dat stukje over het oude mensbeeld waar we vanaf moeten, dat wil ik hier alvast even samenvatten. De auteurs baseren zich voor dit deel op onderzoeken van Marcel Ham en Imrat Verhoeven (“Brave burgers gezocht – de grenzen van de activerende overheid“, Amsterdam: TSS tijdschrift voor Sociale Vraagstukken 2010, Jaarboek nr. 11, ISBN 9789055158607) en Gabriël J.M. van den Brink (“Eigentijds idealisme“, Amsterdam University Press 2011, ISBN 9789089643650, en, als redacteur, De Lage Landen en het hogere“, Amsterdam University Press 2012, ISBN 9789089643582).  

Sinds de verlichting heeft zich een bepaald mensbeeld ‘gezet’ in het bestaande wetenschappelijk paradigma en bijgevolg in het publieke discours. Verlichtingsdenkers gebruikten de ratio en de empirische wetenschap om de maatschappij ten goede te veranderen. De wereld van de materie, het empirisch waarneembare, was voor hen de enige werkelijkheid, ook emoties en andere processen in het menselijk brein. Wie we ten diepste zijn, moet vanuit een materialistische visie beantwoord worden, was het idee. Darwin heeft een belangrijke aanzet gegeven tot de inkleuring van onze identiteit: we zijn het resultaat van een evolutionair, biologisch-materialistisch proces. De mens is in wezen uit op eigenbelang, zelfoverleving en succes. De homo economicus.  

Maar stilaan tenderen we weer naar een nieuw en positiever mensbeeld. We merken weer op hoeveel mensen loyaal, vrijwillig en in eigen tijd in de weer zijn voor de samenleving. In onderzoeken worden vooral ideële waarden genoemd als antwoord op de vraag wat echt belangrijk is in het leven. Velen werken niet om rijk te worden, maar om van betekenis te zijn. Instituten en vastomlijnde leerstellingen hebben dan wel afgedaan, maar spirituele en morele beginselen spelen wel degelijk een grote rol. Het beeld van een maatschappij van calculerende burgers die winstmaximalisatie als de kern van het samenleven beschouwen, klopt niet.

Dat mensbeeld past in onze moderne ‘netwerksamenleving’. Niet alleen het ‘ik’, maar dat wat ik met de ander deel, dat wat ons samen maakt, bepaalt ‘mijn’ en ‘onze’ identiteit. Grote groepen ervaren in het onderlinge contact dat aannames over ‘ons burgers’ niet kloppen. Zij herkennen zich niet in de aannames van bestuurders, wetenschappers, journalisten, kerkleiders, die zich erover beklagen dat ‘we’ steeds individualistischer worden, dat we hebzuchtig, egoïstisch en prestatiegericht zijn en dat we niet in anderen geïnteresseerd zijn. 

In de publieke beeldvorming heeft het decenniumlange geweeklaag op een paradoxale wijze wortel geschoten: velen zijn tevreden over hun eigen leven, maar vinden wel dat de maatschappij op het punt staat uit elkaar te vallen: “Vroeger was alles beter, de achterdeur stond altijd open, er was veel minder criminaliteit en je kon elkaar nog echt vertrouwen. Niet dat ik daar zelf over te klagen heb hoor, in mijn omgeving staat iedereen voor mij klaar”.

Solidariteit is niet verminderd, wel veranderd. Mensen zoeken elkaar nog steeds veelvuldig op, maar anders dan vroeger, in een nieuw weefsel van kleine, informele organisaties.

In de marketingcommunicatie hoor je adviezen die weg bewegen van het ego naar een “wij” van gemeenschappelijk gedragen verantwoordelijkheden, waarbij individuele identiteit wordt ontleend aan de groep en het grotere geheel: Ga van ‘ik’ naar ‘wij’, bied naast exposure ook experience, wees echt en authentiek, sluit aan bij een emotie, leg geen link met negatieve emoties: positiviteit communiceert beter (Sanoma Media en InSites, 2012) .

Voor reputatiecommunicatie is het advies:

  • neem waarden als respect, openheid, betrouwbaarheid, zorgzaamheid, onbaatzuchtigheid en rechtvaardigheid ernstig: hanteer ze evengoed voor jezelf, ga niet uit van je eigen belang
  • baseer je communicatiestijl dus op een positief mensbeeld, met morele waarden als waarachtigheid en oprechtheid.

In het hoofdstuk over beweging in de media wordt ook nog de Canadees-Amerikaanse psycholoog Steven Pinker aangehaald. Die schrijft in “Ons betere ik” (Contact 2011, ISBN 9789025427160) dat ondanks de excessen van Mao, Stalin en Hitler, de 20ste eeuw de minst gewelddadige periode is in de geschiedenis van de mens. Het geweld is de loop der eeuwen en in de afgelopen decennia significant afgenomen. Dat velen het gevoel hebben dat de samenleving er niet bepaald veiliger op wordt, komt volgens Pinker doordat in de media geweld en ander onheil breed worden uitgemeten en uitvergroot.

Tot daar de auteurs van Congruente overheidscommunicatie“, waaruit we trouwens ook hier citeren. Ik zie in elk geval parallellen in Nieuwe aanpak in overheidscommunicatie – mythen misverstanden en mogelijkheden (tweede, herziene druk)” van Bert Pol en Christine Swankhuisen (Bussum: Coutinho 2013, ISBN 9789046902943). Zij maken volop gebruik van recente inzichten uit de sociale psychologie. Een van hun adviezen is: stel niet het ongewenste gedrag aan de kaak, maar toon het gewenste gedrag als norm. Want als je bijvoorbeeld een SIRE-spotje ziet vol mensen met korte lontjes of een affiche met mensen die afval dumpen waar het niet hoort, lijkt dat gedrag al snel het normale.

Tenslotte denk ik: als we het als overheid werkelijk menen met onze veranderde rol, die van partner in een netwerkmaatschappij, dan is dat positieve mensbeeld ons beste uitgangspunt. Zoals dat tussen mensen gaat: met vertrouwen en waardering raken we veel verder. En het is absoluut ook fijner.

Getagged , , , , , , , , , , , , , , , ,

One thought on “We zijn zo slecht nog niet. Over kiezen voor een positief mensbeeld

  1. […] Positief mensbeeld. Want hoe kun je anders geloven in voorlichting als onderdeel van maakbaarheid? En wat doe je dan met die reaguurders? (Zie ook deze blogpost voor meer over dat mensbeeld.) […]

Bedenkingen? Aanvullingen? Correcties? Lof? Reageer!

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers op de volgende wijze: