Aanvulling op Fran Bambusts gastblog over Nudge

Detail uit de omslag van de Engelstalige editie van Nudge van Sunstein & Thaler bij Yale UP.

Een aanvulling wat betreft Nudge en de intro van Fran Bambusts geweldige gasblogpost van zopas, gezien ik erin word geciteerd. Ik pleit(te hier), voor alle duidelijkheid, niet voor massale en ongenuanceerde nudging maar wel om als overheid goed na te denken over je doel & middelen eens je hebt vastgesteld dat de information overload een feit is, ja Babelse proporties aannemen kan, waar die objectieve overheidsinformatie van ons niet meer door geraakt als die louter cognitief georiënteerd is. En waar niet-volgehouden prikkels, hoe creatief ook, inderdaad niet meer volstaan om mensen grondig te informeren laat staan sensibliseren of om hun automatisch gedrag (term opgepikt bij Bert Pol) te doorbreken. Alsof de aandacht overal voor het grijpen ligt.

Daarin volg ik Fran Bambust hier volkomen. Volgens mij kunnen “nudge units” & keuze-architecturale methodes zeer nuttig zijn als richtsnoer voor slimme communicatie-acties zonder ballast, zij het wel in combinatie met interactieve beleidsplanning, doorgedreven focus op user stories en UX, waar GOV.UK ook op inzet, en “in the moment” real time marketing. Een grondige kennis van gedragsbeïnvloeding is alleszins zelden aanwezig in campagnebeslissingen, heeft de ervaring me geleerd.

Anderzijds is er het debat: mag het verder gaan dan voorlichten want ben je dan de Vrije Keuze van Burgers niet aan het manipuleren? Ik denk dat er altijd een tussengrond is met ruimte voor nudging, want waar gingen de Bob-campagnes of de rookstop in horecazaken anders over? Legitiem gezondheids- en verkeersveiligheidsbeleid binnen de parlementaire democratie, toch?  Ter illustratie enkele boeiende artikels:

  • Thijs Kleinpaste schreef met Uw keuze is de uwe niet  in De Standaard van 2013-07-27 een boeiende kritiek op de mogelijke excessen van Cameronnudging plannen in het VK. Daarin valt de term “technocratisch sciëntisme: voor alle problemen met en tussen mensen bestaat een oplossing die de psychologie kan aanreiken”.
  • Casper Thomas plaatste ook pittige caveats in Dom door schaarste (De Groene Amsterdammer, 2013-10-18), waarin hij Scarcity: why having too little means so much van Harvard bollebozen Sendhil Mullainathan en Eldar Shafir (MacMillan Times 2013-09, ISBN 9780805092646) besprak: “Nudge en Scarcity zijn twee boeken met een zelfde boodschap: we denken vaak dat de keuzes van mensen worden bepaald door rationele afwegingen. […] De praktijk is vele malen ingewikkelder. Wie moet kiezen in gebrekkige omstandigheden snijdt zichzelf eerder in de vingers, zo laat Scarcity zien.” Bijzonder relevant in doelgroepencommunicatie, uiteraard.
  • Overigens schreef ook Cass Sunstein een stuk over Scarcity getiteld It captures your mind (The New York Review of Books 2013-09-26). Ook Rutger Bregman schreef er met Waarom arme mensen domme dingen doen een boeiende bespreking van in De Correspondent (2013), net zoals de hierboven geciteerde Oliver Burkeman in the Guardian (2013-08-23). Het boek is ondertussen vertaald als Schaarste – hoe gebrek aan tijd en geld ons gedrag bepalen (Maven 2013-12, ISBN 9789490574994).
  • Behalve schaarste kan ook beslismoeheid een rol spelen, meer daarover hier.
  • Diezelfde Casper Thomas schreef met Amerika’s nieuwe tsaar een fascinerend profiel van Cass Sunstein in De Groene Amsterdammer van 2009-05-27 waarin de termen “libertair paternalisme” en “juridisch minimalisme” vallen. Een prikkelend citaat: “Behalve de grondwet spelen ook de gedragswetenschappen een belangrijke rol in Sunsteins werk. Zie bijvoorbeeld het opvallende boek Republic 2.0 waarin hij de gevaren voor de democratie in het digitale tijdperk uiteenzet. Zijn these is: internet biedt ons een oneindige bron van informatie. De individuele controle over informatiestromen biedt de mogelijkheid meningen en feiten die ons niet aanstaan eruit te filteren. Dat leidt tot sterkere polarisatie in het politieke debat en terugtrekking in het eigen kamp. Ook bij dit probleem kan een nudge volgens Sunstein helpen. Hij stelt voor computers uit te rusten met software die berichten met ruw en onbeleefd taalgebruik pas na 24 uur verstuurt, als de auteur hier opnieuw toestemming voor geeft. Zo kan worden voorkomen dat heethoofden in een impuls allerlei radicale meningen het net op slingeren. Het voorstel kwam hem op felle kritiek van zowel progressieven als conservatieven te staan: leiden dit soort plannen niet tot een beperking van de vrijheid van meningsuiting?”

Ten tweede nog een aanvulling in verband met die Nederlandse studie. Toen ik het eindrapport Gedragsverandering via campagnes (het literatuuronderzoek dateert al van 2011-05-18, projectnaam “Vergroten effectiviteit campagnes”) begin maart 2012 onder ogen kreeg, was mijn bedenking: “OK maar dit rapport blijft campagnes als vertrekpunt nemen. Dan staan we met “ons” 7E-model toch verder, ook al gaat Nederland vaak op andere vlakken voorop”. Ik plak hier even de samenvatting in:

“Concluderende samenvatting: Het is in het algemeen niet mogelijk om aan te geven in welke mate de effectiviteit van de campagnes verbeterd kan worden. Wel zijn er een aantal factoren te benoemen die de kans op gedragsverandering via campagnes kunnen vergroten of verkleinen: [zie tabel p.8]. Met deze potentie voor gedragsverandering dient bij het formuleren van doelstellingen in de strategiefase van campagnes rekening te worden gehouden. Als het bijvoorbeeld gaat om het tot stand brengen van nieuw gedrag dat wordt ondersteund door beleid (bijv. NL-Alert op je telefoon installeren), is de potentie voor gedragsverandering groter dan als het gaat om het doorbreken van gewoontegedrag (bijv. te hard rijden) en kunnen dus ook grotere gedragsveranderingen als doelstelling geformuleerd worden. Er zou bij de opstart van campagnes meer structureel aandacht besteed kunnen worden aan dergelijke gedragsanalyses. Vooral in de minder kansrijke situaties is het belangrijk om vroegtijdig een lange termijn strategie voor gedragsverandering vast te stellen.

Naast campagnegerelateerde factoren moet ook rekening worden gehouden met de sociale en fysieke omgeving waarbinnen het gedrag plaatsvindt. De omgeving heeft immers een grote invloed op het gedrag van mensen, omdat in de fysieke en sociale omgeving directe prikkels op gedrag plaatsvinden. Deze omgevingsfactoren kunnen binnen massamediale communicatie expliciet als hulpmiddel worden ingezet. Bijvoorbeeld door in te spelen op de sociale norm of door met campagne-uitingen aanwezig te zijn in de context waar het gedrag plaatsvindt. Massamediale campagnes vinden nu nog zelden plaats op de plekken en momenten waarop het feitelijk gedrag plaatsvindt (succesvolle uitzonderingen zoals Bob en Orgaandonatie daargelaten). Dergelijke strategieën kunnen het effect van massamediale communicatie op gedrag vergroten. Verder is het aan te bevelen om te kijken of mensen via beleidsmatige duwtjes (‘nudges’) in de omgeving zelf (zoals het plaatsen van verkeersdrempels) direct te beïnvloeden zijn.”

(Deze blogpost geschreven & van links voorzien door Patrick Vandenberghe, afd. Communicatie.)

Getagged , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , ,

8 thoughts on “Aanvulling op Fran Bambusts gastblog over Nudge

  1. […] Wat betreft nudging & het Nederlandse literatuuronderzoek gedragsverandering schreef ik hier nog… + er zijn nog meer gastposts op komst over gedragsbeïnvloeding. […]

  2. Addendum #1. Het gaat trouwens niet enkel over “information overload” maar net zo goed over “decision fatigue” en dergelijke fenomenen (al dan niet als gevolg van CPA https://toecomst.com/tag/continuous-partial-attention-cpa/ ;-)).

    Over “beslismoeheid” geef ik u graag een citaat mee uit een interessant artikel, tussen “Nudge” en “Scarcity” in, van John Tierney in de New York Times van 2011-08-17 – http://www.nytimes.com/2011/08/21/magazine/do-you-suffer-from-decision-fatigue.html?pagewanted=all&_r=0 – “adapted from a book he wrote with Roy F. Baumeister: “Willpower: Rediscovering the Greatest Human Strength”” (Penguin 2011, ISBN 9781594203077).

    […] “Dean Spears, an economist at Princeton […] and other researchers argue that this sort of decision fatigue is a major – and hitherto ignored – factor in trapping people in poverty. Because their financial situation forces them to make so many trade-offs, they have less willpower to devote to school, work and other activities that might get them into the middle class. It’s hard to know exactly how important this factor is, but there’s no doubt that willpower is a special problem for poor people. Study after study has shown that low self-control correlates with low income as well as with a host of other problems, including poor achievement in school, divorce, crime, alcoholism and poor health. Lapses in self-control have led to the notion of the “undeserving poor” – epitomized by the image of the welfare mom using food stamps to buy junk food – but Spears urges sympathy for someone who makes decisions all day on a tight budget. In one study, he found that when the poor and the rich go shopping, the poor are much more likely to eat during the shopping trip. This might seem like confirmation of their weak character – after all, they could presumably save money and improve their nutrition by eating meals at home instead of buying ready-to-eat snacks like Cinnabons, which contribute to the higher rate of obesity among the poor. But if a trip to the supermarket induces more decision fatigue in the poor than in the rich – because each purchase requires more mental trade-offs – by the time they reach the cash register, they’ll have less willpower left to resist the Mars bars and Skittles. Not for nothing are these items called impulse purchases.” […]

  3. Addendum #2. Hoewel ik hierboven “Nudge” en “Scarcity” in dezelfde adem vernoem, zijn nudging en sociale marketing zeker niet typisch voor doelgroepencommunicatie. Neem nu de gezondheidszorg, een kwestie die élke mens aanbelangt, jong of oud, arm of rijk. Voorbeelden te over, in die sector, van hoe gesofisticeerde gedragsbeïnvloeding daar efficiënter werkt dan sensibiliserende communicatie. Over hoe slimme maatregelen de communicatie-uitdaging haast overbodig kunnen maken, of herleiden tot een uitleg over hoe een systeem werkt, een brok storytelling over de historisch-antropologische roots, …

    Neem nu dit voorbeeld, gebracht door prof. Bernard Lietaer, voormalig “topambtenaar bij de Belgische Nationale Bank, en als monetair expert nauw betrokken bij het opstarten van de ecu, de voorloper van de euro. Hij adviseerde ontwikkelingslanden en multinationals bij het uitstippelen van hun monetair beleid, doceerde internationale financiën aan de universiteit van Leuven en deed onderzoek aan Berkeley in Californië. In 1992 werd hij door Business Week uitgeroepen tot ‘s werelds beste valutahandelaar. In het buitenland is hij een vermaard auteur en antropologisch onderzoeker” (= biootje door Stephan Desmet in Rekto:Verso nr. 53, 2012-09 – http://www.rektoverso.be/artikel/naar-een-nieuwe-cultuur-van-geld-interview-met-bernard-lietaer).

    “In de Verenigde Staten wordt gewerkt aan een systeem waarbij ziektekostenverzekeraars klanten gaan betalen voor gezond gedrag – voor bijvoorbeeld een uur in de fitnessclub. Met dat geld kunnen die mensen vervolgens weer bepaalde dingen kopen: een fiets, biologische voeding, een preventieve acupunctuurbehandeling. Lietaer: ‘Dat is géén gerommel in de marge. Iedereen weet dat de gezondheidszorg in de Verenigde Staten – en in andere Westerse landen – een groot probleem is dat miljoenen raakt. De zorg verslindt geld. Het is een merkwaardig systeem dat er belang bij heeft dat mensen ziek zijn. Immers, anders wordt er geen geld verdiend. Gezonde mensen zijn niet interessant voor de gezondheidszorg, of beter: de medische zorg. Een complementair systeem kan een omgekeerde prikkel geven, zoals in China nog maar een eeuw geleden de arts werd betaald door zijn patiënten als zij niet ziek waren. En hij betaalde hen, zorgde voor hen, als zij ziek werden.’ In Japan zijn complementaire systemen ontwikkeld voor de zorg voor ouderen. Mensen kunnen credits verdienen door boodschappen te doen voor bejaarden of door te helpen met hun huishouden. Met die credits kunnen zij, als zij ziek worden, zelf extra hulp kopen. Of zij kunnen hun credits sturen naar hun zieke moeder. Lietaer: ‘Dat is een voorbeeld hoe een complementair systeem wordt gebruikt om een sociaal probleem op te lossen. Bijna twintig procent van de bevolking van Japan is ouder dan 65 jaar. En dat percentage stijgt verder. Het is ondenkbaar dat de zorg voor die groeiende bevolking van ouderen nog kan worden betaald door het gangbare sociale zekerheidsstelsel. Japan lost dat op met een nieuwe complementaire valuta, die ook nog eens de sociale structuren in het land ondersteunt.’ […] De volgende stap van de complementaire geldsystemen betreft de deelname van het bedrijfsleven. ‘Wat zijn frequent flyer miles anders dan een valuta die wordt uitgegeven door een luchtvaartmaatschappij?’, vraagt Lietaer. ‘Aanvankelijk ging het er vooral om om klanten aan een maatschappij te binden, maar intussen kun je met airmiles ook boodschappen afrekenen in supermarkten, hotelkamers boeken of telefoonrekeningen betalen. En je kan ook ook miles verdienen zónder te vliegen.'” (Bron: Bernard Lietaer geïnterviewd door Juriaan Kamp in Ode Magazine, via http://muntuit.eu/geld-moet-voor-ons-werken-niet-andersom/)

    Als je dit soort dingen leest en er mutatis mutandis op doordenkt, dan komt het er toch op neer de briefing voor het bureau tijdig te herdenken, nietwaar? En beleidsuitdagingen niet langer te zien als een kwestie waarbij een afstand moet worden overbrugd met communicatie, maar als een kwestie waarbij een reeks uitdeinende cirkels moet worden getekend, met daarin hefbomen als storytelling, conversaties, en vooral : nudging conform een ethisch correcte keuze-architectuur?

    • Fran Bambust zegt:

      Kortom, er zijn heel wat argumenten aan te halen om communicatie op zijn minst aan te vullen met een keuze-architecturale aanpak. De discussie kan zeker gevoerd worden, en zal zeker wijzen op de grenzen met manipulatie, de ietwat paternalistische mensvisie maar ook op de keuzevermoeidheid, het nudgen van de private sector en de onmogelijkheid om niet te kiezen.

      Gesteld dat we de discussie afronden met het inzicht dat keuze-architectuur zeker moet worden meegenomen worden in het traject, en dat we dan ook – dat volgt nu eenmaal uit de aard van de architectuur zelf – inzien dat dit vanaf de conceptfase moet worden overwogen, dan volgt de vraag die de laatste paragraaf in de vorige reactie oproept: wat voor bureau is dat dan? Private instelling, overheidsteam of academische wereld? Of een combinatie van beide?

      Het belang van ethische reflectie (de grens met manipulatie), het bieden van tegengewicht tegen de verleidingsarchitectuur van de commerciële sector (zie keuzemoeheid hierboven) de scope van de aanpak (the big picture) en de nodige mandaten (een communicatiebureau kan weinig begeleidende maatregelen doorduwen), en de nodige inzichten uit cognitief wetenschappelijke hoek doen mij – tegen mijn winkel in – vermoeden dat een sterk centraal georganiseerd team aangevuld met academici gespecialiseerd in toegepaste gedragswetenschappen het meest aangewezen is. Maar ook daarover kunnen we uiteraard nog heerlijke bomen opzetten. Let’s.

  4. Nog een belangrijk citaat i.v.m. de “default settings” durven aanpassen: Esther Duflo (economiste aan het MIT) zei: “We tend to be patronizing about the poor in a very specific sense, which is that we tend to think “why don’t they take more responsibility for their lives?” And what we are forgetting is that the richer you are the less responsibility you need to take for your own life because everything is taken care for you. And the poorer you are the more you have to be responsible for everything about your life … Stop berating people for not being responsible and start to think of ways instead of providing the poor with the luxury that we all have, which is that a lot of decisions are taken for us. If we do nothing, we are on the right track. For most of the poor, if they do nothing, they are on the wrong track.”

    Bron: http://www.aviewfromthecave.com/2011/06/luxury-of-wealth-and-responsibility-of.html maar ontdekt via “Simple(r) – the future of government” van Cass Sunstein (Simon & Schuster 2014), de co-auteur van “Nudge” (2008).

  5. Update: in “Eigen schuld? Een gedragswetenschappelijk perspectief op problematische schulden” (30 juni 2016)” formuleert de Nederlandse Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid (WRR) aanbevelingen voor beleid dat beter aansluit op het werkelijke keuzegedrag van burgers. De overheid heeft te hoge verwachtingen van de financiële zelfredzaamheid van burgers. Voor veel mensen zijn de regels te ingewikkeld, bovendien wordt er te weinig rekening gehouden met de psychologie van mensen. Het onbedoelde gevolg is dat schuldenaren soms gedwongen zijn nog meer schulden te maken. (…) Als achtergrondstudie is tevens verschenen “Working Paper 23 Duurzame verbetering van gezond financieel gedrag. Droom of werkelijkheid?” van dr. Nadja Jungmann en dr. Tamara Madern.” http://www.wrr.nl/actueel/nieuwsbericht/article/overheid-overschat-financiele-zelfredzaamheid-burgers/

    En zie ook de bijhorende conversatie in onze LinkedIngroep via https://www.linkedin.com/groups/8277056/8277056-6167622559119482884

Bedenkingen? Aanvullingen? Correcties? Lof? Reageer!

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers op de volgende wijze: