Onvolledig overzicht van mogelijke trends en uitdagingen

Citaat van Herbert Simon uit "Designing organizations for an information-rich world" (1971), p.40-41.

Citaat van Herbert Simon uit “Designing organizations for an information-rich world” (1971), p.40-41.

Hieronder, bij wijze van eerste prikkeling, een onvolledig – onvermijdelijk – overzicht van trends, uitdagingen en probleemstellingen die we al in beeld zagen komen. De verbanden die soms worden gelegd, kunnen een volgende keer ook anders worden gelegd. Maar het gaat hem in de prikkelfase niet om de perfecte indeling of het elegantste venndiagram, maar wel om het op temperatuur krijgen van de visievorming. Daarom ook komen we er in volgende blogposts  op terug, en rekenen we op reacties via deze blog of in de workshops of forum(s).

Wat voorafging: in de beleidsnota 2009-2014 hebben we gewerkt met principes als geïntegreerde informatie (o.a. productencatalogus), een open overheid (o.a. open data via de Vlaamse infolijn), directe interactie (o.a. sociale media), proactieve en alerte communicatie (anticiperen op vragen, informatie op maat), lage drempel, duurzaam, interne en externe samenwerking, kwaliteitsverbetering door meten en evalueren (cf. de indicatoren die we nu hebben), communicatie bij het begin van het beleidsproces, …  De meest uitgewerkte paragraaf is die over wat we toen nog reputatiemanagement noemden – ondertussen geëvolueerd naar een heus merkbeleid.

In het normendecreet van 2005 staan principes over tijdigheid, herkenbaarheid, neutraliteit, actieve bekendmaking, de te gebruiken taal en ook noties als beslist beleid

Naar beide clusters principes kijken, roept al vragen op. Bijvoorbeeld: hoe goed hebben we die principes toegepast de voorbije jaren en wat stond ons daar eventueel bij in de weg? Hoe evalueren we die principes en welke vinden we eventueel voer voor discussie? Hoe gaan we om met die principes in het licht van andere ontwikkelingen die we tussen nu en 2020 op ons af zien komen?

Hieronder een hele reeks nieuwe uitdagingen en trends  (klik op Lees verder“).

Smart en mobiel. De opkomst van smartphones, tablet computers en andere  mobile devices, wat betekent dat je meer moet nadenken over geo-toepassingen, dat je sites moet aanpassen, informatie meer modulair moet gaan aanbieden, en zo voort. Maar het stelt natuurlijk niet enkel eisen, het biedt vooral mogelijkheden,  bv. op het vlak van gezondheid, milieu of mobiliteit! (Zie ook elders op deze site via de bijhorende tags.)

The internet of things. Voorwerpen en toestellen die niet louter vanop afstand kunnen worden bestuurd, maar die door data gevoed uitgroeien tot handige assistenten: hoe gaat dàt verhaal verder evolueren? Vandaag zijn slimme thermostaten en andere domotica  geen toekomstmuziek meer, en we staan blijkbaar nog maar aan het begin. Wanneer gaat bv. die high tech kleding ingang vinden, en wat kan dat opleveren in de dienstverlening? Zullen connected cars de discussie over autowegenvignetten en rekeningrijden inhalen? Kunnen sensoren in smartphones of andere apparaten er niet voor zorgen dat bepaalde vormen van gezondheidssensiblisering niet meer nodig zijn? Als webinartechnologie de vergader- of vormingsmomenten kan veranderen, kan het dan ook de interne communicatie herbepalen? En zo voort. Kortom, welke toepassingen zullen belangrijk of toch heel nuttig blijken voor de overheid(scommunicatie)? En ging Web 3.0 nu hierover, of over alweer iets anders? Dreigt singularity ons de das om te doen als we al die technologie te veel omhelzen en zo wegdrijven van hoe eenvoudig contact maken zou moeten zijn? Meer over het internet der dingen en opkomende technologie in deze gastblogpost + via de IoT tag!

Interactiviteit. Vijf jaar geleden konden we nog schrijven over de opkomst van sociale media. Een aantal daarvan zijn indertussen geïntegreerd in het dagelijkse leven van de Vlaming maar dat wil niet zeggen dat er al interactiviteit is in werkelijk àlle contacten tussen Vlaamse burgers en hun overheden. Of dat relevantie & conversatie elke keer weer voorop staan in de aanwezigheid op sociale media. Of dat de kracht van alle mogelijke sociale media al volop wordt benut.

Interactieve beleidsvorming.  De voorbije jaren is het inzicht dat interactieve beleidsplanning en participatie zeer zinvol kunnen zijn verder tot wasdom gekomen, en is ook verder nagedacht over de technieken. Het is haast een werkveld op zich geworden, maar hoe zorgen we ervoor dat het niet los staat van andere facetten van een geïntegreerd (communicatie)beleid? (Zie ook deze GastPost.)

Nood aan toenemende efficiëntie. De crisis houdt aan. Het zijn tijden van besparing, wat betekent dat we zo efficiënt mogelijk te werk moeten gaan. Dat laat bv. minder marge om te experimenteren als we verbeterpunt 2 willen operationaliseren. Interessant daarbij is het Factor C verhaal in Nederland, waar we veel uit kunnen leren. Kunnen wij hun aanpak klakkeloos overnemen en zelfs sneller toepassen als we de kinderziekten eruit halen? Of zijn de verschillen in bestuur en cultuur dermate groot dat we onze aanpak anders moeten concipiëren? Zie ook deze GastPost!

Efficiënter aanbesteden. Denken we onze projecten voldoende grondig door vooraleer we ze in de markt zetten? Zijn we wel zeker dat het dàt is wat we zoeken, wanneer we zeggen dat we die diensten of producten willen inkopen? Verkennen we de markt voldoende en weten we welk talent beschikbaar is? Kiezen we de best mogelijke constructie, en de meest geschikte procedure? Hanteren we de best mogelijke selectie- en gunningscriteria? Vragen we wel de juiste deliverables in kandidaatsdossiers en offertes? Halen we het beste uit de markt, en het beste uit de samenwerking met firma’s? En wat denken zij er zelf van?

Meten is weten. Baseren we ons vooraf voldoende op onderzoek? Hebben we de vinger aan de pols bij de bronnen die we nodig hebben? Gaan we op zoek naar innovaties die een andere invalshoek creëren? Denken we ook out of the box als we van premisses naar projectplan springen? Trekken we voldoende tijd uit om concepten te pretesten? Om elk onderdeel van een boodschap te pretesten bij minder evidente doelgroepen? Kennen we “de Vlaming” wel? En wat met posttesten? Nulmeting voor de campagne, eenmeting er kort na én ook nog ’s een meting een jaar later? Of tussendoor enige mystery shopping? Halen we alles uit de barometers die we ter beschikking hebben of kan dat structureel beter? Trekken we wel de juiste conclusies uit onze data? Durven we harde conclusies trekken? Hoe open en deemoedig gaan we daar dan mee om?  Slagen we erin om het nadien beter te doen? De probleemstelling te herdenken en de aapak structureel te veranderen?

Toename van de informatiedruk. Ten eerste is er een enorme toename van het aantal informatiebronnen waar mensen toegang toe hebben. Ten tweede moeten mensen steeds meer informatie verwerken in een diensteneconomie, in een informatiemaatschappij die cognitief heel belastend kan zijn. Ten derde draaien steeds meer handelingen in de vrije tijd en in de privésfeer om het omgaan met informatie en het bedienen van ICT-toestellen. Daarbij moeten ze niet enkel omgaan met grotere volumes informatie en ruis, maar ook regelmatig hun kennis van hardware en software vernieuwen, voor zichzelf beperkte vormen van marktonderzoek doen wanneer ze de aankoop overwegen van zulke toestellen, en zo voort. De levenscyclus daarvan lijkt ook steeds korter te zijn naarmate de technologische vernieuwingen tegen een steeds hoger tempo tot ons komen. Dit alles zet niet enkel druk op hoe we informatie moeten brengen maar ook op hoe we die in omloop brengen, met name de keuzes over de platformen waarop we aanwezig kunnen zijn en de bijhorende investeringsprogramma’s.

Media in transformatie. Ook de keuzes op het vlak van mediaplanning worden beïnvloed naarmate de traditionele media bereik verliezen in dit landschap, aan schaalvergroting doen of hun modellen herdenken. Toch zijn concepten als value of attention nog niet aan boord in de traditionele mediaterminologie, die nog steeds werkt met GRP’s, een concept dat mogelijk zal wegkwijnen? (Dit alles wil overigens niet zeggen dat de kost per contact berekenen geen oerdegelijke oefening blijft.) En paradoxaal genoeg gaan merken hun media-inspanningen steeds meer terugschroeven om zich zelf als redacties te organiseren in de speerpunt van hun communicatie-inspanningen, die zowel knipogen naar real time CRM als storytelling-in-conversatie. Ze versturen als het ware geen persberichten meer maar laten hun eigen brand newsroom bloggen, om dan af te wachten tot anderen  hun content oppikken. Verrichten firma’s als ABInbev daarbij pionierswerk met hun content factories, of verliezen ze daarbij onherroepelijk een grote groep mensen uit het oog? In welke mate moet een overheid zulke trends sneller volgen, of moet ze net als de braafste pater familias op de rem durven staan en afwachten welke proven models overblijven, op het gevaar af nog verder achterop te gaan hinken? (En wat is de online journalistiek binnenkort nog waard? Of wat zijn de trends in de journalistiek tout court?)

Digital first. Ingegeven door zowel de technologische ontwikkelingen als organisatorische overwegingen, zie je steeds meer overheden kiezen voor strategieën waarbij content eerst en vooral wordt ontworpen op en voor digitale platformen, waar steeds meer mensen ten slotte steeds meer tijd doorbrengen. De communicatie krijgt enkel nog bij uitzondering afgeleide vormen op papier of andere meer traditionele informatiedragers. Bijvoorbeeld om bepaalde doelgroepen te bereiken of om andere redenen. Aan de andere kant gaan er ook stemmen op die zeggen dat digitaal lezen andere effecten heeft op de hersenen dan de traditionele manieren. Zie ook deze post en meer via de digital first tag.

Duurzame communicatie. Niet enkel betrouwbaar, of efficiënt door gebruik te maken van beproefde methoden. Maar ook relatiebestendigend door alignment technieken. Langdurig constructief in de lange-adem-oefeningen van het merkbeleid & ViA. High impact, op termijn, maar tegelijk low impact op milieu en resources – in lijn met de transities die we willen maken. Worden energiezuinige serverparken het equivalent van milieuvriendelijke inkten? Is dat ueberhaupt de juiste metafoor, en is “duurzaam” nog wel een helder woord?

Usability. Niet alles wat revolutionair is in een commerciële omgeving, is ook relevant voor de overheid. Maar naarmate game changers als Apple en Google of grote spelbepalende firma’s als Coca-Cola en Telenet (to name but a few) het gebruikscomfort verhogen, of bv. als conversation company excelleren op sociale media, zal dat de druk verhogen op andere dienstverleners om even vlot en vriendelijk voor de dag te komen. Ook bij de overheid. Niet enkel in het call centre maar ook op het point of sale, aan het al dan niet virtuele loket. En dus ook op digitale kanalen waarop kan worden gechat, geliked of gepost. Dat veronderstelt meer dan conversation management. Het veronderstelt ook goed ontworpen strategieën en dito websites. Responsief gedesigned, op basis van user stories, met een user experience (UX) die past bij de beoogde targets. Websites zullen intuïtief anders benaderd worden, sommige klanten zullen steeds veeleisender verwachten dat bepaalde oplossingen binnen een bepaald tijdsbestek tot stand kunnen worden gebracht omdat dat elders de norm is geworden, en zo voort.

Vinden en gevonden worden. Is de relevante informatie nog wel vlot vindbaar in dat overtal aan overheidssites? Moeten we het niet omgooien en gewoon zorgen dat er kleine modules op mobiel formaat zijn, die we dan SEO-gewijs goed laten opduiken in de zoekmachines? Digital first = productencatalogus first? Of wat is de toekomst van search?

Branding als spil van de totale marketing inspanning. Een optimale user experience veronderstelt ook dat in dat contact zeer duidelijk is met welk merk die gebruiker of klant te maken heeft, waar dat voor staat en hoe dat zich gedraagt en evolueert. Dat creëert eisen op het vlak van een consequent hoog niveau van dienstverlening, maar bv. ook op het vlak van content marketing, met daarbinnen bv. deeldisciplines als curating content, thought leadership en storytelling. Dat zijn nog lang geen buzzwords bij de overheid. Nochtans complementeren of vervolmaken ze het traditionele PR- en persbeleid en is bv. content marketing een ideale manier om de expertise van een organisatie of regio te branden. Immers, waar branding de kloof helpt te overbruggen tussen gewenste en gepercipieerde identiteit, is het ook een richtsnoer voor alle keuzes die de inhoud van die identiteit bepalen, van missie tot vormtaal.

Eerst het doel en dan de middelen. Zitten we soms niet vastgeroest in goede gewoonten? Blijven we platformen en kanalen en communicatiestijlen en andere darlings niet soms tegen beter weten in onderhouden, terwijl de essentie zich elders afspeelt? Stellen we wat we doen wel genoeg in vraag? Boeken als Begin met het waarom (2012, vertaling van Start with why“, 2009) van Simon Sinek  stellen aan de orde dat we soms moeten terugkeren naar het waarom, de missie(s) van onze organisatie, om dan van daaruit het hoe te herdenken. Wàt we communiceren komt pas in derde orde aan bod. Door besparingen gedwongen tot bescheidenheid, kan het waarom ook helpen van die bescheidenheid een sterk verhaal te maken: waarop moeten en kunnen we het verschil maken, waarom kiezen we daarvoor en hoe duidelijk zijn we vervolgens over die keuzes?

Krediet en geloofwaardigheid. Hoe sterk uw communicatie-inspanningen ook zijn, hoeveel middelen u ook benut, hoe goed uw boodschappen ook werden verwoord, als mensen vooraf al een negatief beeld van je hebben, dan moet u opboksen tegen een gebrek aan krediet. En soms bent u het zelf niet die in het rood staat, maar hebt u mee te lijden onder de gebrekkige geloofwaardigheid van een propagandistische of een inefficiënt oubollige of een  onverwacht plots uit de gratie gevallen overheid, of onder “de problemen in uw sector” – waarbij de ene non profit organisatie vaak de toon zet voor de andere. Maken burgers het onderscheid tussen functies en entiteiten, en hoe relevant is dat nog? Hoe kunnen zulke problemen systematisch(er) worden onderzocht en aangepakt? En houden we wel voldoende rekening met het algemene vertrouwen dat onze doelgroepen hebben in hun toekomst, de wereld, de samenleving, de overheid?

Data marketing in real time. In de marketing evolueert het customer relation management (CRM) naar meer klantvriendelijkheid niet enkel door meer performante datase marketing technieken, UX-innovaties of een beter conversation management. Men probeert ook steeds meer data aan boord te halen, big data en andere, en op basis daarvan beter te servicen in real time, dan wel betere prognoses te maken over producten en diensten die moeten worden ontworpen op korte of middellange termijn. Mensen die digitale producten gebruiken, laten ook steeds meer sporen na. Die kunnen capteren en analyseren vereist nieuwe skills. Bijvoorbeeld ook voor journalisten: uit de data mining is een geheel nieuwe vorm van datajournalistiek aan het ontstaan die ook impact kan hebben op de content strategieën in zowel de externe als de interne communicatie.

Privacy. Om mensen te bedienen met data(base marketing), moet je gegevens opslaan. Dat moet volgens de regels van de kunst gebeuren om performant te kunnen zijn, maar anderzijds moet men daarbij ook binnen de wet blijven. Paradoxaal genoeg kan de overheid meer uitzonderingen verkrijgen (of aanvragen) op de privacybepalingen, maar doet ze dat niet altijd, soms bij gebrek aan visie, soms bij gebrek aan een uitgebouwde infrastructuur voor datacollectie en data marketing. Aan de klantzijde verwachten bedrijven dan weer wel dat de overheid z’n gegevens efficiënter beheert, om de administratieve druk op hen zo laag mogelijk te houden. Gewone burgers, dan weer, verwachten van de overheid de best mogelijke bescherming van hun gegevens, terwijl ze in hun omgang met privébedrijven misschien een ander pragmatisme aan de dag leggen wanneer ze ingaan op voor wat hoort wat transacties. Daarbij geven ze een stuk privacy op in ruil voor economische voordelen (denk bv. aan klantenkaarten) of gratis diensten (denk bv. aan gratis webmail). Hoe goed zijn mensen op de hoogte van de wetgeving, hoe mediawijs is onze jeugd, en vooral : hoe zal het privacygegeven nog evolueren (denk bv. aan het lobbywerk van grote firma’s op Europees vlak, op de vrijhandelsakkoorden, enz.).

Digital disconnect en andere de-maat-is-vol-tegenbewegingen. Naarmate mensen steeds meer vervlochten met hun toestel geraken (wearables, intelligente kledij, connected cars en andere ontwikkelingen in bv. de auto-industrie brengen sommige cyber- of science fiction fantasieën van nog niet zo lang geleden dichtbij), stellen ze vast dat die realiteit een nieuwe druk op hun functioneren legt. Voor sommigen wordt daarbij psychisch of lichamelijk een grens bereikt, waarbij ze ofwel tijdelijk ofwel structureel gaan afkicken. Rijmt dat met het onthaasten dat we al kennen of is er meer aan de hand? Ligt de oplossing in anders gaan werken, de innovatieve arbeidsorganisatie doortrekkend in sprints & scrums, of in colleganetwerken voor cocreatie en niet-digitale kennisdeling? Waarden zijn alleszins ook een issue, naast redenen van gezondheid of levenskwaliteit. Google, Facebook en andere grote bedrijven kunnen ondertussen dermate veel data & diensten met elkaar verbinden dat ze zeer veel informatie over individuele personen met elkaar kunnen verbinden. Dat gaat van simpele dingen zoals bv. hoe je Instagram niet kunt gebruiken zonder ingelogd te zijn in Facebook, dat de applicatie bezit, of hoe je YouTubefilmpjes – door Google steeds meer getransformeerd in een Google Plus platform  – enkel nog op traditionele computers niet-ingelogd kunt bekijken. Maar het gaat steeds verder, zie bv. hoe smartphones nog moeilijk op privacy in te stellen zijn. Daarbovenop komt dan weer hoe bv. nieuwe ontwikkelingen als Google Glass een enorme sprong maken in het herkennen van mensen ondanks de persoonlijke wensen van die “profielen”.

Dat alles doet wie bezorgd is om privacy terugschrikken en kan leiden tot no data tegentrends. Want de Big Brother metafoor bestond al langer maar wat betreft Google Plus wordt onderhand manifest de vergelijking gemaakt met The MatrixLast but not least is ondertussen ook naar buiten gekomen dat het merendeel van de bedrijven die de sector bepalen of erin actief zijn zich hebben laten gebruiken of hacken door de NSA en andere veiligheidsdiensten. Die inbreuken op de privacy maken het niet alleen moeilijk voor mensen om “de overheid” nog te vertrouwen, en dus de overheidscommunicatie, maar stellen zowel de identiteit van organisaties als individuen op de proef. Het installeert systemisch wantrouwen tout court. Mensen als ueberscepticus Evgeny Morozov maar bijvoorbeeld ook  Aral Balkan en Robert W. McChesney (auteur van Digital disconnect“) vragen zich luidop af of het sop de kool nog wel waard is, en of het internet van weleer niet wordt verstikt door het winstbejag van enkele grote corporate spelers. Spelers die bovendien dermate groot zijn dat ze in beeld komen in discussies die de mensen bezig houden, zoals de toplonen (Belgacom), respectvolle marketing (Telenet) of de verhouding tussen winst maken en arbeidsomstandigheden respecteren (Amazon), of die dermate invloedrijk zijn dat ze een positieve dan wel negatieve rol kunnen spelen in dossiers als e-waste of de duurzaamheidsagenda (bv. MicroSoft’s Bill Gates). Anderzijds schakelen steeds meer mensen over op open source projecten, zelfs grote spelers als IBM, en zijn ook clubs als de Ubuntu developers aan het nadenken over een eigen smartphoneMaar dan nog: zullen we niet onvermijdelijk botsen met de limieten volgens de wet van Moore?

Gamification. De homo ludens absorbeert sneller concepten en boodschappen … toch? Of komt er, terwijl we de eerste berichten lezen over Belgen die “de sociale media” beu zijn, na een smart spelen peak ook een onvermijdelijke overkill? En mag ons dat tegenhouden voor gamification in het onderwijs of inburgeringscursussen? Rozegeur en maneschijn te over?

Nudging en keuze-architectuur. Ondertussen komen we volop tot het inzicht komen dat mensen louter cognitief benaderen niet altijd zo efficiënt is. Niet enkel als het gaat over het verstrekken van informatie, maar zeker als het gaat over het beïnvloeden van gedrag. Sociale marketingtechnieken bieden hier een antwoord, of nieuwe inzichten in automatisch gedrag en hoe je dat niet kunt doorbreken met cognitieve boodschappen, maar die zijn nog niet ingeburgerd. En ondertussen dienen zich alweer nieuwe technieken aan, met name de deelspecialisatie rond keuze-architectuur en nudging. Ook al dateert het boek met de gelijknamige titel van Sunstein & Thaler van 2008 (en de Nederlandse vertaling van 2009), er is nog lang niet overal kennis over gedrag en gedragsbeïnvloeding in het communicatievak aan boord. Historisch wordt ons vak bij de overheid bij uitstek bemand door filologen en communicatiewetenschappers, eerder dan door psychologen of marktonderzoekers … laat staan mensen met een uitgesproken specialisatie zoals sociaal geografen. Is dat ook nodig in ons vak of kunnen we gewoon (beter) gaan samenwerken? Hoe? Als gevolg van deze ontwikkelingen mag alleszins worden vermoed dat een goed begrip van wat bewezen heeft te werken aan belang zal winnen. Zo zullen redactionele vaardigheiden misschien minder belangrijk worden dan in de jaren negentig: evolueren we immers niet naar een herprioritisering die de keuze-architectuur voorop stelt, waarna de sociale marketingmaatregelen volgen, bijvoorbeeld volgens een 7E-methodiek, met pas aan het eind nog een restfactor redactie van boodschappen? Of kan veel al worden verholpen door boodschappen te herschrijven met de kernboodschappen-techniek? Lees zeker ook deze blogpost over nudging en keuze-architectuur!

Superdiversiteit. Wist u dat Antwerpen vandaag meer dan 180 verschillende nationaliteiten telt en er meer dan 400 talen worden gesproken? In onze verstedelijkte regio zijn heel veel mensen op doorreis. Waar we het vroeger nog konden hebben over diversiteit, met een autochtone bevolking en enkele allochtone gemeenschappen, wordt de 21ste eeuw wordt een eeuw van superdiversiteit. In steden als Brussel of Rotterdam vormen mensen met wortels in migratie al de meerderheid van de stadsbewoners. Is ons denken voor doelgroepencommunicatie momenteel niet achterhaald? Moeten we niet veel meer inzetten op niet-talige communicatie? Of als beeldtaal te cultuurgebonden blijft, nog meer inzetten op automatische rechtentoekenning of andere vormen van automatisering gecombineerd met doorgedreven database marketing? Of is het net omgekeerd en blijft taal altijd de toegang tot de cultuur van een samenleving, en bijgevolg tot de overheid van een Vlaamse Gemeenschap? Hoe evolueert het inburgeringsbeleid in de diverse bestuursniveaus, en hoe beïnvloedt dat de overheidscommunicatie, en vice versa?

Heterogeniteit. Dé gastarbeider, migrant, allochtoon (of hoe je hem wilt noemen) bestaat niet.  Dé ondernemer bestaat niet. Dé klant bestaat niet. Dé burger evenmin. Wat is een burger? Wat is citizenship? Stelt de roepI am a citizen not a customer het klantgerichte denken bij de overheid in vraag? Wat te denken van de roep om minder eieren te leggen onder burgers, zodat ze ook niet steeds meer verwachten van hun overheid? Gaat dit over verwachtingenmanagement of kloppen onze indelingen niet meer? Moeten we onze doelgroepen systematisch anders indelen dan volgens de traditionele sociodemo indelingen of de rol die ze spelen, en ze eerder benaderen volgens de drempels die hen hinderen in het absorberen van de boodschap, bv. volgens de plaats die ze innemen op de 7E-ladder? Of is het toch telkens een ad hoc oefening? Kunnen we tot een nieuwe syntaxis komen, en dat begrippenkader dan ook met z’n allen systematisch gaan hanteren in onze nota’s, bestekken en briefings de komende jaren, of is dat utopisch?

Positief mensbeeld. Want hoe kun je anders geloven in voorlichting als onderdeel van maakbaarheid? En wat doe je dan met die reaguurders? (Zie ook deze blogpost voor meer over dat mensbeeld.)

En ongetwijfeld nog veel meer. Vandaar deze blog. Vandaar de oefening. Die altijd een momentopname zal zijn. En waar we in de loop van de komende jaren nog veel mee bezig zullen zijn. Maar waar we met dit project alvast grondig willen op ingaan.

(Deze blogpost geschreven & van links voorzien door Patrick Vandenberghe, afd. Communicatie.)

Getagged , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , ,

9 thoughts on “Onvolledig overzicht van mogelijke trends en uitdagingen

  1. […] ga graag in op de idee die Patrick Vandenberghe in zijn uitgebreide “Onvolledige overzichten van trends en uitdagingen“ naar voor schoof: de opportuniteit om nudging en keuze-architectuur […]

  2. […] de intro van Fran Bambusts geweldige gasblogpost van zopas: ik pleit(te) niet voor massale en ongenuanceerde nudging maar wel om als overheid goed na te denken […]

  3. […] drie jobprofielen voor de toekomst, die hun oorsprong vinden in de technologische innovaties en maatschappelijke veranderingen van vandaag: de Protector, de Optimizer en de Storyteller […]

  4. […] idee die Patrick Vandenberghe (communicatie-adviseur bij Vlaamse overheid) in zijn uitgebreide “Onvolledige overzichten van trends en uitdagingen“ naar voor schoof: de opportuniteit om nudging en keuze-architectuur […]

  5. Nog in verband met krediet en vertrouwen de uitdaging na te denken over wat een overheid kan betekenen in verband met het vertrouwen dat in de samenleving heerst. Zie bv. ook “Westerse samenlevingen zijn de afgelopen jaren in rap tempo geëvolueerd tot wat de Amerikaanse denker Francis Fukuyama ooit ‘low trust societies’ noemde: samenlevingen waarin controle en achterdocht voortdurend de voorkeur genieten boven vertrouwen.” Bron: https://decorrespondent.nl/644/pas-op-voor-meekijkers/16505720-2950ebf3

  6. Nog in verband met brand newsrooms en andere manieren van “persberichten” uitsturen: “Microsoft heeft nieuwe CEO. In de plaats van sec een klassiek persbericht de wereld in sturen, maakt Microsoft er een rijke microsite & ministory van. De toekomst van het persbericht?” http://www.microsoft.com/en-us/news/ceo/index.html (met dank aan collega Vincent Sennesael voor de tip)

    Nog in verband met “curating content”, waar ik enkele vragen over kreeg …

    “Why curate content?Because your target audience is overwhelmed by the deluge of information and entertainment coming at it 24/7. As a benefit of your brand, you can cut through the clutter to serve up the best choices for your particular audience. This pays off for the curator as well. Serve up the information on your blog, get grateful, loyal readers and reap the SEO benefits.” Bron is: http://www.my-creativeteam.com/blog/content-marketing-2-0/ waar onderaan weer vier goede links staan.

    “Curation comes up when people realize that it isn’t just about information seeking, it’s also about synchronizing a community.” Bron: http://mashable.com/2010/05/03/content-curation-creation/ (expert als spil ; content manager = community manager)

Bedenkingen? Aanvullingen? Correcties? Lof? Reageer!

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers op de volgende wijze: